Zoeken

Verbranding

Niet alle kunststof afval kan worden gerecycleerd. Een deel zal altijd verbrand moeten worden om zo het volume aanzienlijk te verkleinen.

In veel Europese landen wordt huishoudelijk afval verbrand om zo warmte en energie op te wekken. Hierbij wordt er positief gebruikt gemaakt van de hoog calorische waarde van kunststoffen zoals PVC. De hoeveelheid energie aanwezig in huishoudelijk afval bedraagt ongeveer 10.000 kJ/kg.In een verbrandingsoven wordt PVC omgezet tot CO2 , water, zoutzuur (HCl) en enkele metaalchlorides. De helft van de chloorinput in verbrandingsovens komt van PVC, de andere helft van zouthoudende levensmiddelen, plantaardig afval, hout en papier.

  • CO2 : door de bijzondere chemische samenstelling van PVC, wordt er per kg materiaal aanzienlijk minder CO2 gevormd dan materialen zoals olie, hout, steenkool of andere kunststoffen. Hierdoor draagt de verbranding van PVC minder bij tot het broeikaseffect.
  • Sommigen hebben gesteld dat het verbranden van PVC een beter alternatief was dan het recycleren. Een studie van PE International vergelijkt echter het verbranden van PVC en het mechanisch recycleren van PVC. Hieruit blijkt dat het verbranden wel degelijk meer CO2 uitstoot dan het recycleren. Deze studie neemt ook in aanmerking het aanmaken van stoom en electriciteit enerzijds, en de aanmaak van een equivalente hoeveelheid PVC anderzijds, als compenserende effcten.
  • Zoutzuur : bij verbranding van PVC afval ontstaat zoutzuur (HCl) in de rookgassen dat moet worden geneutraliseerd, tenzij het wordt gerecupereerd. Dit zoutzuur moet uit de rookgassen worden verwijderd vooraleer deze in de atmosfeer terechtkomen. Dit gebeurt aan de hand van neutralisatiemiddelen zoals kalk waardoor zoutzuur wordt omgezet in calcium- of natriumchloride.
  • Dioxine : dioxine is een verzamelnaam voor een groep van 210 stoffen die behoren tot de dibenzoparadioxines en dibenzofuranen. De formule kan als volgt worden voorgesteld:

Dioxine2

De mogelijke invloed van de verbranding van PVC afval op de uitstoot van dioxines stond centraal in een belangrijk wetenschappelijk debat omdat PVC chloor bevat, wat ook een onderdeel is van dioxine. Er is gezegd dat een vermindering van het chloorgehalte in afval kan bijdragen tot een vermindering van de vorming van dioxine.
Verschillende studies hebben echter aangetoond dat er geen directe correlatie is tussen chloor/PVC in het afval en de emissie van dioxines (“PVC and municipal solid waste combustion: Burden or benefit?”, TNO-MEP-R99/462; “The relationship between Chlorine in waste streams and dioxin emissions from waste combustor stacks”, ASME Research report Vol. 36).
Wat wel belangrijk is zijn de verbrandingsomstandigheden (onder andere temperatuur en aanwezigheid van sporen metaal en zuurstof). Dit is ook bevestigd door de Europese Commissie in het Groenboek van PVC. Dioxine wordt gevormd als gevolg van de onvolledige verbranding van eender welk organisch materiaal, zoals onder andere ook hout.